In memoriam

 
Naar aanleiding van het overlijden van Victor Geens schreef Donald Stevens in Protego (april 2002) dit In Memoriam

 

Medestichter en medebeheerder van de
Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming
12 juli 1938 - 28 januari 2002

Op 28 januari jongstleden is Victor Geens overleden. Bijna drie decennia lang heeft hij met een grenzeloos enthousiasme meegewerkt aan de uitbouw van de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming. Vooral het Aarschots dierenasiel lag hem nauw aan het hart. Niemand is echt onvervangbaar, zo wordt beweerd, maar we zijn ervan overtuigd dat door dit pijnlijk verlies een leegte ontstaan is die zich nog heel lang zal laten voelen. Dat maand na maand steeds sterker zal blijken wat Victor Geens voor ons werk heeft betekend. Zijn naam zal in de historiek van de VVDB voor altijd een ereplaats krijgen.

 

Beste Vic,

Toen graaf Anthony van Zwaren de Zwarenstein nu al meer dan een kwart eeuw geleden me vroeg een nieuwe organisatie voor dierenbescherming in het leven te roepen, stond ik voor de aartsmoeilijke opdracht mensen te vinden die samen met mij het avontuur durfden wagen. Een riskant avontuur, want niemand wist wat de toekomst zou brengen. Jij was de allerlaatste bij wie ik ging aankloppen. Natuurlijk wist ik dat je een groot hart had voor dieren, maar ik was er bijna van overtuigd dat je niet zou aanvaarden, omdat je van ’s middags tot diep in de nacht samen met Annie, je vrouwtje, dag na dag druk in de weer was in je frituur. Je hebt me toch een plezier willen doen, alsof je het aanvoelde dat ik toen reeds zo sterk op jou had gerekend.

Je hebt me toen eerlijk gewaarschuwd dat je wellicht niet meer dan een “papieren beheerder” zou zijn, maar sneller dan ik ooit had kunnen dromen is de dierenbescherming je grote passie geworden, waarvoor alles moest wijken. Je had eigenlijk weinig of geen vrije tijd, maar toch was je altijd beschikbaar. Je dagschema was bijna voorspelbaar: tussen tien en elf kwam het leven in frituur “Het Withuis” op gang, om twee uur snelde je even naar huis om wat te eten, dan vloog je naar het dierenasiel waar er altijd wel wat te doen was en om vijf uur was het weer tot in de vroege uurtjes keihard werken geblazen. En hoe druk het ook was, je vond het niet erg dat ik in je frituur – die wel onze vergaderzaal leek – om de haverklap over grote en kleine problemen kwam praten. Zelfs de dinsdag, die je rustdag moest zijn, werd steeds vaker een dag voor de dieren; alleen de zondag hebben Annie, Martine en Peter finaal kunnen redden.

Ik vraag me af wat er zonder jou van de VVDB was geworden. Je liep niet vaak in de kijker, pen en papier waren aan jou niet echt besteed, je nam zelden het woord, maar je was de man die als geen ander van aanpakken wist. Je koos bedachtzaam de weg en dwaalde nooit af: uitstel of afstel kwamen niet in je woordenboek voor. Jij was het die de eerste opvangcentra uit de grond hebt gestampt, jij was het die de schitterende locatie voor het hoofdasiel van de VVDB hebt veroverd, jij was het die met de beperkte middelen waarover we beschikten de dierenverblijfplaatsen bouwde, jij was het bij wie men vanuit het dierenasiel met alles en nog wat terecht kon. Ik heb het je misschien maar zelden gezegd, maar ik voelde me rijk. Rijk omdat ik wist dat me als afgevaardigd beheerder een loodzware deeltaak bespaard bleef, dat ik in volle vertrouwen kon delegeren, dat er altijd iemand paraat stond die met een grenzeloos enthousiasme bleef zoeken tot hij een oplossing vond.

Je was fier op je werk. En terecht. Ik weet dat je er heel veel plezier aan beleefde. Maar ik hoef het je niet te vertellen: ons dierenasiel heeft ook sombere tijden gekend. Momenten waarop ik het zelf niet echt meer zag zitten. Want asielhouders die geven om dieren, die kunnen omgaan met mensen, die administratief wat onderlegd zijn en die ook nog van aanpakken weten, zijn witte raven geworden. Jouw optimisme heeft me telkens gesterkt om in een goede afloop te blijven geloven. En met de hulp van het handvol getrouwe vrienden op wie we steeds konden bouwen, kreeg je het als bij wonder telkens weer voor mekaar. Net voor de ziekte je trof, boekte je je allergrootste succes: je legde de basis voor een nieuwe episode in de historiek van ons dierenasiel. Dank zij jou beleven we weer deugddoende tijden die me doen geloven dat er witte raven bestaan en dat mensen het nog niet hebben verleerd met respect voor elkaar de strijd voor de dieren te voeren. De geruststellende zekerheid dat het asiel weer als nooit tevoren floreert, heeft je die laatste loodzware maanden ongetwijfeld getroost. Ze gaf je de moed en de kracht om tot net voor je heengaan nog plannen te smeden, om in een goede afloop te blijven geloven, om je angst en je pijn af en toe te vergeten. Het mooiste eerbetoon dat alle asielmedewerkers jou kunnen bieden, is erover te waken dat deze periode van voorspoed nog heel veel jaren mag duren. Dat ons dierenasiel verder kan groeien en bloeien, zoals het altijd je hartenwens was. Dat zijn ze jou gewoonweg verplicht.

Ja, beste Vic, ik zal nog heel vaak moeten ervaren hoe onvervangbaar je eigenlijk was. Hoeveel de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming aan jou heeft verloren. “Je hebt me wat aangedaan,” heb je wel eens plagend gezucht, als er donkere wolken dreigden. Maar ik wist dat je er plezier aan beleefde in een mum van tijd de zon te doen schijnen. “Als jij er niet meer zou zijn, dan stop ik er ook mee,” heb je me dikwijls gezegd. Dat meende je echt en ik vroeg me soms af wat ik zelf zou doen, als jij als eerste zou gaan. Toen ik je voor het laatst in Gasthuisberg opzocht, kon je amper nog spreken. Onverstaanbaar wellicht voor wie je niet kende. Maar ik heb uit die weinige woorden je boodschap begrepen: je wou dat ik samen met Frans, met Hans, met Jules, met Theo, met Peter en met Jeanne, onze nieuwe collega, er zou over waken dat ons levenswerk zou blijven bestaan. Zoals we al die jaren geen woorden behoefden om elkaar opperbest te verstaan, zo hebben we eigenlijk ook afscheid genomen. Wees gerust, we zullen samen keihard ons best doen, zoals jij het ons voorgedaan hebt.

’t Ga je goed, beste vriend, we zullen nog heel vaak aan je denken. Tof dat we je hebben gekend. Tof dat we strijdmakkers waren. Tof dat we je inzet bijna dertig jaar lang mochten waarderen. Tof dat we aan jou zoveel fijne herinneringen kunnen bewaren. Jou vergeten zullen we nooit en omdat je voortleeft in onze gedachten, ben je eigenlijk nog altijd bij ons. Het is voor Annie, voor Martine, voor Peter en voor ons allemaal een troostend besef, dat de wonde natuurlijk niet heelt, maar dat de blijvende pijn toch af en toe wat verzacht.



Donald

 

In memeoriam Helene Desterbecq

Twee decennia lang was Helene Desterbecq als VVDB-hoofdinspectrice de drijvende kracht in ons dierenasiel van Tienen. Het VVDB-dierenasiel, enkele jaren geleden uitgegroeid tot een autonome vzw, werd in de pionierstijd geleid door Paul Debroye. Toen die om gezondheidsredenen afhaakte, stelden Edward Corthaut en zijn echtgenote Helene Desterbecq voor de leiding van het dierenasiel van hem over te nemen. Samen met René Jacquemijn en zijn echtgenote Josephine Raymaekers maakten ze het VVDB-dierenasiel tot een begrip in de streek. Na het overlijden van haar echtgenoot bleef Helene Desterbecq zich onvermoeibaar inzetten voor de noodlijdende dieren. Ze wou voorkomen dat haar levenswerk verloren zou gaan en ze zocht met ons een uitweg om het Tiense dierenasiel te laten voortbestaan. Toen het asiel aan de Kazerne moest verdwijnen, besloot ze vooral met eigen middelen en met een kleine financiële steun van de VVDB een nieuw asiel op te richten in samenwerking met het Tiense stadsbestuur. Door de oprichting van een nieuwe vzw werd de administratieve band met de VVDB verbroken, maar we zijn haar steeds erkentelijk gebleven voor het bewonderenswaardige werk dat ze in Tienen verricht heeft. Zonder onze hoofdinspectrice Helene Desterbecq zou het Tiense dierenasiel nooit hebben bestaan.

 

In memoriam Roland Gillet

Ere-senator Roland Gillet leerden we kennen in de periode dat Graaf van Zwaren erin slaagde de oprichting van de Nationale Raad voor Dierenbescherming te realiseren. Dat in 1986 de wet op het dierenwelzijn goedgekeurd werd, hebben we voor een groot gedeelte aan Roland Gillet te danken. Hij heeft eigenlijk zijn hele leven aan het dierenwelzijn gewijd. Ook de expo-wereld (Roland Gillet was voormalig Belgisch commissaris) rouwt om zijn heengaan. Na het overlijden van Roger Arnhem werd hij voorzitter van onze vrienden van Veeweyde. We hebben hem een laatste keer gesproken ter gelegenheid van de campagne tegen de kattenjacht. Van in den beginne heeft Roland Gillet een grote sympathie getoond voor de VVDB en onze waardering voor hem was enorm. Roland Gillet is 87 geworden.

 

In memoriam Frans Van Calster

Op 6 oktober 2010 overleed heel onverwacht Frans Van Calster, toezichthoudend secretaris-penningmeester bij de VVDB. Frans maakte van bij de stichting van de VVDB in 1975 deel uit van de raad van bestuur en was eigenlijk de allereerste dierenvriend die door Donald Stevens gecontacteerd werd toen Graaf Anthony van Zwaren hem vroeg in de regio een nieuwe Vereniging voor Dierenbescherming op te richten. Hoewel hij bij voorkeur op het achterplan bleef, kon de VVDB op Frans steeds een beroep doen en samen met Vic Geens, inmiddels ook overleden, is hij van grote waarde geweest bij de uitbouw van de vereniging. Frans is 82 jaar oud geworden. De VVDB betuigt langs deze weg nogmaals haar medeleven aan de familie en in het bijzonder aan zijn echtgenote Mariette.

 

In memoriam Louis Lemmens

Op 10 januari 2012 overleed in het Sint-Franciskusziekenhuis in Heusden-Zolder Louis Lemmens. Samen met zijn echtgenote Marianne Schaffhausen was Louis jarenlang actief als vrijwilliger in ons dierenasiel Animalibus in Aarschot en zelfs vorig jaar trad hij nog op als inspectie-afgevaardigde van de VVDB. Louis was daarenboven de jongste jaren ook vrijwilliger in het Vogel- en Zoogdierenopvangcentrum van Heusden-Zolder. Mede in naam van alle medewerkers die met Louis hebben samengewerkt bieden we langs deze weg aan de familie onze oprechte deelneming aan.