Mensen en andere dieren

hun onderlinge relaties meervoudig bekeken

Geertrui Cazaux
(redacteur)

Relaties met andere dieren spelen op de meest uiteenlopende vlakken in het leven van mensen een belangrijke rol. Dit boek geeft vanuit verschillende invalshoeken een gevarieerde kijk op diverse aspecten van deze relaties.

Essentiële onderwerpen zijn onder meer: het gebruik van dieren in experimenteel onderzoek, dieren als therapie, dierenmishandeling, met uitsterven bedreigde diersoorten en natuurbescherming, de problematiek omtrent gevaarlijke honden, gezelschapsdieren, dieren als voedsel, de plaats van dieren in dierentuinen, de rol van dierenbelangenorganisaties in de maatschappij.

Het boek is bestemd voor iedereen die nadenkt over de relatie tussen mensen en andere dieren.

© Garant-Uitgevers n.v. en de auteurs

ISBN 90-441-1071-3
391blz. - 24cm
2001

Uitgeverij GarantGarant.html Leuven/Apeldoorn

Een blik op de inhoud


In het hoofdstuk van Ullrich Melle wordt onder de titel De slavernij van dieren als moreel probleem een uiteenzetting gegeven van drie belangrijke stromingen in het ethisch debat over dieren. Terwijl utilitaristen hun betoog opbouwen rond het lijden van dieren en de dierenslavernij als dusdanig niet ter discussie stellen, pleiten dierenrechtenethici voor respect voor de autonomie van het dier en een afschaffing van de slavernij van dieren. In een verdragstheoretische opvatting van de ethiek wordt de nadruk gelegd op de verschillen tussen mensen en dieren en worden dieren uitgesloten van morele consideratie. Een centrale plaats bij voor- en tegenstanders in het debat wordt ingenomen door discussies over het dierlijk bewustzijn. Hierover bestaat echter geen wetenschappelijke consensus en zolang geen tegenbewijs wordt geleverd kan men er vanuit gaan dat dieren wél bewustzijn hebben.
Ulrich Melle is hoofddocent aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceert en publiceert over fenomenologie, milieufilosofie, filosofie van de techniek en dierenethiek. Hij is medestichter en lid van de studiegroep groene filosofie en van de radicaal-ecologische beweging Aardewerk.
Paul Gimeno en Willy Hofman richten zich in Dieren, leefmilieu en sociale rechtvaardigheid volgens John Rawls op de manier waarop auteurs als VandeVeer, Pritchard, Robinson, Elliot en Singer bij de uitbreiding van de ethiek naar dieren toe werden geïnspireerd door en ook kritiek leveren op de rechtvaardigheidstheorie van John Rawls. In dit hoofdstuk wordt ook bekeken hoe Rawls' conceptie van burgerlijke ongehoorzaamheid binnen het kader van rechtvaardigheid als fairness al dan niet een justificatie kan bieden voor geweldloze protestacties van dierenvrienden en milieuactivisten.
Paul Gimeno is moraalfilosoof en als assistent verbonden aan de Universiteit Gent. Hij publiceert onder andere over dierenethiek, klimaatsverandering en ontwikkelingslanden, techniekfilosofie, onzekerheid en risicobeleid. Hij is redacteur van het boek Ontwikkeling & Duurzaamheid (VUBPRESS, 1996) en auteur van Mensen onder andere: een inleiding tot milieuethiek (Acco, 1998).
Willy Hofman studeerde geschiedenis en filosofie aan de Universiteit Gent en Menselijke Ecologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde over politieke filosofie, onder meer over het anarchisme.
In het hoofdstuk De mens-dier relatie in het ethisch vegetarisme behandelen Dolf De Ridder en Marcel Hebbelinck de relatie tussen mensen en dieren vanuit een vegetarisch perspectief. Zij bespreken daarbij de belangrijkste motieven die mensen inspireren tot een vegetarische levensstijl: de ervaring van een relatie met dieren, ethische geïnspireerde motieven, ecologische en economische motieven en het aspect gezondheid. Vegetarisme, met geweldloosheid en respect voor het dier als belangrijke motivaties, vormt aldus een belangrijke schakel in het planetair project van de menselijkheid.
Dolf De Ridder is M.A. en B.A. in Psychology, diëtist en vrij vorser aan de Vrije Universiteit Brussel. In tal van publicaties en lezingen sensibiliseerde hij gezondheidswerkers rond actuele voedingsvraagstukken en een meer menswetenschappelijke dynamiek in de gezondheidszorg en zorgvraaggerichte dienstverlening. Hij verricht onderzoek rond voeding, vegetarisme en na zijn voorzitterschap van de Vlaamse Vereniging van Voedingsdeskundigen en Diëtisten nam hij in 1999 het voorzitterschap op van de Vlaamse Vegetariërsvereniging. Deze vereniging behartigt de belangen van de vegetarische consument en verspreidt verantwoorde informatie rond de vegetarische levenswijze onder andere via haar tijdschrift 'De Vegetariër' en haar jaarlijkse 'Werelddag van het Vegetarisme'. De Vlaamse Vegetariërsvereniging fusioneerde in 2000 met de vereniging EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief). Als kenniscoördinator bij het boekenfonds Healthcare bij de wetenschappelijke uitgeverij Kluwer neemt hij de hoofdredactie waar van verschillende nieuwsbrieven in de gezondheidszorg, en is hij auteur van diverse publicaties inzake voedingszorg.
Marcel Hebbelinck is doctor in de Lichamelijke Opvoeding (richting fysiologie) en is emeritus gewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceerde er onder andere de cursussen Biometrie en Nutritionele aspecten van gezondheid en fitheid en is tot op heden verder belast met onderzoeksopdrachten op gebied van voeding en gezondheid. Hij ontving in 1993 een eredoctoraat van de Universiteit van Budapest. Hij publiceerde meer dan 270 artikels in wetenschappelijke tijdschriften, verschillende boeken en is redacteur van de boekenreeks "Medicine and Sport Science". Hij is lid van de expertgroep "Voeding" van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en lid van het wetenschappelijk adviescomité van het jaarlijks nationaal congres "Voeding en Gezondheid". Hij is oud-voorzitter van de European Vegetarian Union en ondervoorzitter van de Vlaamse Vegetariërsvereniging (in 2000 gefusioneerd met EVA - Ethisch Vegetarisch Alternatief).
Tobias Leenaert stelt in Over zelfbedrog in de mens-dier relatie dat de huidige grootschalige mishandeling en uitbuiting van dieren noch in overeenstemming is met onze morele intuïties, noch met de continuïteitsidee die door wetenschappelijke bevindingen wordt ondersteund. Om de confrontatie met de implicaties van de uitbuiting van dieren te vermijden, wenden mensen onderscheidingscriteria en distantiëringstechnieken zoals onthechting, camouflage, verkeerde representatie en schuldverschuiving aan, respectievelijk om een discontinuïteit tussen mensen en dieren in stand te houden en om de negatieve gevolgen van de huidige behandeling van dieren te legitimeren of te verbergen. Dierenrechtenorganisaties gaan tegen deze discontinuïteitsconstructie in en proberen deze distantiëringstechnieken te doorbreken.
Tobias Leenaert studeerde Germaanse Talen en Vergelijkende Cultuurwetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij bracht een half jaar door in de Verenigde Staten als vrijwilliger bij een aantal dierenrechtenorganisaties en is medeoprichter van EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) (www.vegetarisme.be), een vereniging die vegetarisme promoot om mens-, dier- en milieuvriendelijke redenen.
Johan De Tavernier zet in het hoofdstuk Visies op dierenwelzijn uiteen hoe argumenten in het dierenbeschermings- en dierenwelzijnsdebat evolueerden en geeft een overzicht van argumenten pro en contra speciesisme en zoöcentrisme. In de discussie over de invulling van het begrip dierenwelzijn (hoe dit te meten, welke indicatoren te gebruiken en waar het concept integriteit te plaatsen) zijn vele benaderingen mogelijk. Hieruit volgt zijn voorstel voor een pathocentrische ethiek ten aanzien van dieren, gesteund op het principe van weldoen en van het niet-schaden en respect voor de eigenheid van het dier.
Johan De Tavernier is hoogleraar ethiek en directeur van het Centrum voor Agrarische Bio- en Milieu-ethiek van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceert colleges milieuethiek, biotechnologie en ethiek en fundamentele ethiek en publiceert over deze thema's.
In het hoofdstuk Dieren in het Recht in historisch perspectief geeft Geert Van Hoorick een historisch overzicht van het juridisch statuut van dieren in de Belgische wetgeving. Hij verduidelijkt hoe de diverse relaties tussen mensen en dieren in het recht vervat liggen. Terwijl dieren in het recht traditioneel als 'rechtsobjecten' worden benaderd, is er meer recent vanuit de dierenrechtenbeweging een vraag om dieren als rechtssubjecten te beschouwen. Hij geeft verder ook een uiteenzetting over de verschillende benaderingen van het recht wanneer het enerzijds gaat over soortenbescherming (wilde dieren) en anderzijds over dierenbescherming (gedomesticeerde dieren).
Geert Van Hoorick promoveerde in 1999 aan de Universiteit Gent tot doctor in de Rechten met een proefschrift getiteld "Juridische instrumenten voor het beleid inzake natuurbehoud en landschapszorg". In 2000 werd hij benoemd tot professor aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent waar hij het vak "Juridische aspecten van het natuurbehoud en de landschapszorg" in de specialisatieopleiding milieurecht doceert. Hij publiceert geregeld op de gebieden van het milieurecht, met inbegrip van het natuurbehoudsrecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht. Sinds 1997 is hij lid van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen en van de Vlaamse Hoge Bosraad.
Jan Rodts beschrijft in De relatie tussen de mens en wilde vogels. Evolutie van de wetgeving inzake vogelbescherming in België hoe de vogelbeschermingswetgeving in de twintigste eeuw is geëvolueerd. Zowel de rol en invloed van de vogelbeschermingsbeweging (in casu het Koninklijk Belgisch Verbond voor de Bescherming van Vogels), van de staatshervorming en meer recent ook van de Europese wetgeving (bijvoorbeeld de Vogelrichtlijn) op het totstandkomen van de Belgische vogelbeschermingswetgeving worden in dit hoofdstuk toegelicht. Daarbij worden de hiaten en beperkingen van de Belgische wetgeving voor een efficiënte bescherming van vogels blootgelegd.
Jan Rodts is sedert 1988 ondervoorzitter-directeur van het Koninklijk Belgisch Verbond voor de Bescherming van de Vogels vzw en coördinator van de Vlaamse Opvangcentra voor Vogels en Wilde dieren. Hij is coauteur van het boek Dieren onder onze wielen (VUBPRESS, 1998) waarin de resultaten worden weergegeven van een studie over de impact van het wegverkeer op de fauna. Sedert 1999 is hij tevens lid van de Vlaamse Hoge Jachtraad.
Guy Adant geeft een overzicht van De wetgeving op de bescherming en het welzijn van dieren. De rechtspositie (als object of subject) die dieren in respectievelijk het Strafwetboek en het Burgerlijk Wetboek innemen wordt toegelicht. De dierenbeschermingsbepalingen die opgenomen zijn in het strafwetboek vormden de aanzet voor het ontstaan van de eerste dierenbeschermingswetten, zo bijvoorbeeld de eerste wet op de dierenbescherming in België van 1929, later vervangen door de wet van 1975. Onder impuls van de dierenbeschermingsvereniging en vanuit nieuwe inzichten omtrent de invulling van 'dierenwelzijn' kwam de wetgever tot de huidige van kracht zijnde wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn van dieren, die in dit hoofdstuk wordt toegelicht.
Guy Adant is advocaat in Brussel. Hij is gespecialiseerd in dierenbeschermingswetgeving en pleit geregeld zaken over deze materie. Hij is tevens vice-voorzitter van het Blauwe Kruis van België. Hij is de auteur van het boek La Protection et le Bien-être des Animaux (Bruylant, 2000).
Dirk Boeckx geeft in De Belgische veehouderij: dierenwelzijn en maatschappelijke actoren een analyse van enkele veel voorkomende mistoestanden bij het houden en ombrengen van kippen, varkens en zoogkoeien. Dit overzicht geeft een beeld van de schrijnende welzijnstoestand van deze dieren in de intensieve veehouderij. De verschillende maatschappelijke actoren die in dit domein een rol spelen, met name de overheid, de universiteiten en de consumenten, dienen hun verantwoordelijkheid op te nemen om fundamentele veranderingen op het vlak van dierenwelzijn door te voeren.
Dirk Boeckx is licentiaat in de Oosterse Studies (Katholieke Universiteit Leuven) en promoveerde in februari 2000 tot doctor in de wijsbegeerte aan King's College London. Hij doet onderzoek op het gebied van de filosofische logica en de taalfilosofie. Hij houdt zich al een tiental jaren intensief en geëngageerd bezig met dierenrechten en dierenwelzijn.
In De Mens en uit het wild afkomstige dieren gaat Erik Van der Straeten dieper in op de bijzondere plaats die wilde dieren innemen in het leven van mensen. De houding ten aanzien van wilde dieren is anders dan ten aanzien van gedomesticeerde dieren. Zo wordt bijvoorbeeld in de Belgische dierenbeschermingswetgeving onvoldoende aandacht besteed aan het welzijn van wilde dieren. Een belangrijke bedreiging voor wilde dieren is nog steeds de jacht. Door problemen als hybridisatie (door het uitzetten van dieren om bejaagd te worden) en overbejaging (uitsterven van diersoorten) kan men zich de vraag stellen of de jacht nog verantwoord is. Tevens wordt in dit hoofdstuk een blik geworpen op de evolutie en de situatie van wilde dieren in dierentuinen. De vraag of dierentuinen een rol kunnen vervullen bij het behoud van de biodiversiteit wordt toegelicht, aangevuld met een voorstel over hoe een dierentuin er in de toekomst moet uitzien.
Erik Van der Straeten is verbonden aan het departement Biologie van de Universiteit Antwerpen en doceert er onder andere zoogdierkunde. Hij verricht onderzoek naar de systematiek, zoögeografe en bescherming van zoogdieren en neemt momenteel deel aan een onderwijsproject ter verbetering van biologieonderwijs in historisch gediscrimineerde scholen in Zuid-Afrika. Erik Van der Straeten is voorzitter van de afdeling zoogdieren van CITES en tevens lid van de Belgische Raad voor Dierenwelzijn, de Dierentuincommissie, het Deontologisch comité voor proefdieren en de IUCN (International Conservation Union).
Het hoofdstuk van Koen Margodt en Johan Braeckman handelt over Ethische beschouwingen bij de toekomst van dierentuinen. Zij belichten enkele opvallende veranderingen die dierentuinen de laatste jaren hebben ondergaan, waaronder de profilering van dierentuinen met betrekking tot het behoud van bedreigde diersoorten. Problemen en moeilijkheden als de welzijnsbelangen van individuele dieren, de wildvangst en het probleem van surplusdieren worden daarbij toegelicht. Tot slot worden tevens suggesties voor de toekomst van dierentuinen naar voren gebracht.
Koen Margodt is moraalfilosoof en verricht een doctoraatsonderzoek naar de morele status van mensapen (Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen, Universiteit Gent). Hij is auteur van het boek The Welfare Ark. Suggestions for a renewed policy in zoos (VUBPRESS, 2000).
Johan Braeckman is doctor in de Wijsbegeerte en docent Wijsgerige Antropologie en Geschiedenis van de Wijsbegeerte aan de Universiteit Gent. Zijn onderzoek spitst zich toe op de wijsgerige implicaties van de evolutietheorie.
Sonja Beken en Vera Rogiers belichten in hun hoofdstuk, getiteld Alternatieven voor experimenten op levende dieren. De actuele situatie in Europa, het gebruik van dieren in wetenschappelijke experimenten. Zij geven een overzicht van het aantal dieren dat in België in onderzoek wordt gebruikt en de van toepassing zijnde wetgeving op dit domein. Vanuit een uiteenzetting van het principe van de 3 V's (Vervanging, Vermindering, Verfijning) zetten zij uiteen wat alternatieve methoden zijn en lichten zij enkele alternatieve methoden toe die nu reeds aangewend worden in wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.

Sonja Beken studeerde af als licentiate in de Biologische Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel in 1993. In september 2000 behaalde ze de graad van doctor in de Farmaceutische Wetenschappen voor haar doctoraatsthesis volbracht in het Departement Toxicologie van de V.U.B. onder het promotorschap van professor Vera Rogiers. Voor haar wetenschappelijk onderzoek, dat werd voorgesteld tijdens internationale congressen en het onderwerp uitmaakt van verschillende peer-reviewed publicaties, kreeg ze in 1997 de APMA Prijs voor de Vervanging van Dierproeven. Van 1998 tot 2000 werkte ze als wetenschappelijk medewerkster in de wetenschappelijke afdeling van het Belgisch Platform voor Alternatieve Methoden.
Vera Rogiers is professor aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Geneeskunde en Farmacie, Departement Toxicologie, waar zij in 1980 de graad van doctor in de Farmaceutische Wetenschappen behaalde. In 2000 beëindigde ze de cursus 'Master in Applied Toxicology' aan de University of Guildford in Groot-Brittannië. Haar huidig onderzoek is toegespitst op enerzijds de ontwikkeling van alternatieve methoden voor farmaco-toxicologische doeleinden en anderzijds op dermato-cosmetische onderwerpen. Ze behaalde de Europese FISEA prijs voor de vervanging van experimenten op levende dieren en is medeoprichter van het Belgisch Platform voor Alternatieve Methoden, waarin ze gedurende twee jaar verantwoordelijk was voor de wetenschappelijke afdeling. Vera Rogiers vertegenwoordigt België in verschillende Europese organen, zoals in ECVAM's Scientific Advisory Committee, het Scientific Committee of Cosmetics and Non-Food Products en in de European Group for Efficacy Measurements on Cosmetics and Other Topical Products. Ze is auteur en coauteur van meer dan 150 peer-reviewed wetenschappelijke publicaties en verschillende boeken en peer-reviewer voor belangrijke wetenschappelijke tijdschriften die voornamelijk handelen over alternatieve methoden in toxicologie of cosmetische onderwerpen.
In De dood als discriminatief element bij de evaluatie van de relatie tussen mens en huisdier heeft Rudy De Meester het over de tegenstellingen die merkbaar zijn in de benadering van de dood van nutsdieren en van gezelschapsdieren. In de evolutie van het doden van nutsdieren kan een verlies aan respect voor de bron van voedsel worden opgemerkt. Bij het doden van gezelschapsdieren is er een sterke dualiteit van gevoelens bij de actoren zichtbaar, waarbij de mogelijkheid tot een respectvolle benadering wordt aangeduid. Verder komt ook aan bod hoe de mens bij het doden van nutsdieren of van gezelschapsdieren diverse technieken aanwendt om deze daad te kunnen verwerken en hoe het dier zélf omgaat met de dood.
Rudy De Meester is dierenarts en kabinetsmedewerker bevoegd voor dierenwelzijn op het Ministerie van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. Hij is tevens lid van de werkgroep Ethologie van de Vlaamse Vereniging van Dierenartsen en assistent aan de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Gent.

Koen Raes geeft in Omgaan met gezelschapsdieren als ethisch probleem een analyse van de afhankelijkheidsrelatie van gezelschapsdieren ten aanzien van mensen. Daarom hebben mensen ook specifieke morele verantwoordelijkheden jegens gezelschapsdieren, waarbij met hun welzijnsbehoeften rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt tevens gekeken naar de redenen waarom mensen gezelschapsdieren houden, waarbij vriendschap een belangrijke plaats inneemt. De speciale positie die deze dieren in het leven van mensen innemen brengt ook dikwijls antropomorfisme met zich mee en maakt dat deze dieren niet alleen producten van, maar ook participanten in de menselijke cultuur zijn.
Koen Raes is hoogleraar aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent waar hij in het vakgebied toegepaste filosofie en ethiek doceert. Hij publiceerde tal van boeken en artikels waaronder een bijdrage over dierenethiek in Het juridisch statuut van de natuur (redacteurs Gutwirth S. & Foqué R., Rotterdam University Press, 2001 - in druk).
Tiny De Keuster brengt een analyse van De problematiek rond hondenagressie. Wanneer agressie plaatsvindt in de context van hond naar mens is ze vanuit een menselijk standpunt nagenoeg steeds als ongewenst te beschouwen. Hondenagressie heeft zowel op de volksgezondheid en de onveiligheidsbeleving repercussies en heeft ook een economische weerslag. Oorzaken voor dit agressief gedrag kunnen zowel in genetische als in omgevingsfactoren liggen. Voorts worden de diverse soorten hondenagressie besproken en wordt gekeken hoe honden met betrekking tot agressief gedrag kunnen worden getest en behandeld.
Tiny De Keuster is dierenarts en heeft sedert 1984 een eigen praktijk voor gezelschapsdieren te Lovendegem met bijzondere interesse voor dieren met gedragsstoornissen. Ze is momenteel in opleiding voor het Franse diploma "Vétérinaire Comportementaliste diplômé des Ecoles Nationales Vétérinaires". Zij is bestuurslid van de Vlaamse Diergeneeskundige Werkgroep Ethologie en actief lid van de Groupe de Recherche et d'Etude en Comportement en de European Society of Veterinary Clinical Ethology.
Het hoofdstuk De relatie tussen dierenmishandeling en geweld jegens mensen, van Geertrui Cazaux handelt over het vermeende verband tussen dierenmishandeling en andere vormen van geweld die mensen plegen, zoals kindermishandeling en vrouwenmishandeling. Uit een historisch overzicht blijkt dat de stelling als zou er een verband bestaan tussen deze verschillende geweldsvormen allerminst een nieuwe idee is. Deze hypothese werd echter pas de laatste decennia onderworpen aan empirisch onderzoek. In deze bijdrage worden enkele kritische beschouwingen bij deze onderzoeken geplaatst.
Geertrui Cazaux is licentiate in de Criminologische Wetenschappen (1994, Universiteit Gent) en behaalde in 1995 aan de Universitaire Instelling Antwerpen het diploma van aanvullende studie in de Milieuwetenschappen. Zij is als onderzoekster verbonden aan de Vakgroep Grondslagen en Geschiedenis van het Recht van de Universiteit Gent, waar zij een doctoraat voorbereidt over antropocentrisme en speciesisme in de hedendaagse criminologiebeoefening. Haar interessesfeer situeert zich op het vlak van het sociaal-wetenschappelijk en juridisch onderzoek over de relaties tussen mensen en andere dieren, in het bijzonder dierenmishandeling.
In het hoofdstuk Het werk van Chakka: preventie, educatie en de positieve waarden omtrent de relatie tussen mensen en honden geeft Marleen Bouckaert een uiteenzetting van twee activiteiten van de vereniging Chakka. Enerzijds worden de bezoekmiddagen met honden bij senioren in tehuizen toegelicht. De contacten met gezelschapsdieren hebben een positieve invloed op de fysieke en psychische gezondheid van de bejaarden. Anderzijds komen de preventieve en educatieve programma's aan bod die Chakka naar kinderen, ouders en leerkrachten brengt.
Marleen Bouckaert is voorzitster van de vzw Chakka (bewoner.dma.be/Chakka). Samen met de mensen én de honden van het Chakka-team ontwikkelt en brengt zij enerzijds bezoeknamiddagen met honden in rust- en verzorgingstehuizen, medisch pedagogische instellingen en anderzijds preventieve, educatieve (school)programma's omtrent de relatie tussen kind en hond. Zij was reeds meermaals gastspreekster op symposia en voordrachten omtrent de relaties tussen mensen en dieren.
Françoise Sion belicht in Hulphonden en mindervaliden: het werk van Dyadis de meerwaarde die geleidehonden brengen in het leven van mindervaliden. In de eerste plaats draagt een geleidehond door de hulp bij dagdagelijkse taken bij tot een grotere zelfstandigheid van de mindervalide. De hulphond helpt ook bij het doorbreken van het isolement van de mindervalide, zorgt voor een verhoging van de eigenwaarde, van het psychologisch welzijn en van de sociale integratie van de mindervalide. In haar bijdrage schetst zei de werking van de vereniging Dyadis omtrent het opleiden en toekennen van hulphonden aan mindervaliden.
Françoise Sion is licentiate in de Sociale Communicatie (Université Catholique de Louvain) en projectcoördinator van de vzw Ethologia (Belgische Vereniging voor Studie en Informatie over de Relatie Mens-Dier - users.skynet.be/ethologia). Zij zetelt ook in de Raad van Beheer van Dyadis vzw, de Belgische Vereniging ter Toewijzing van Hulphonden aan Mindervaliden.
Donald Stevens heeft het in zijn hoofdstuk, De strijd voor dieren: een confrontatie van mensen die elkaar moeten vinden, over een aantal moeilijkheden die een klassieke dierenbeschermingsbeweging ondervindt in haar dagdagelijkse werking. De werking van deze beweging steunt in grote mate op de vrijwillige inzet van de asielmedewerkers die dagdagelijks in de weer staan voor dieren. Hij belicht de moeilijkheden die kunnen rijzen bij het aanwerven van een dierenbeschermingsinspecteur en behandelt de vraag of deze functie al dan niet politionele bevoegdheid moet toegewezen krijgen of veeleer een adviserende invulling dient te krijgen.
Donald Stevens is leraar op rust en gaf tot voor kort les aan het Koninklijk Atheneum in Aarschot. Sedert 1975 is hij voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming, een organisatie die in een dertigtal Vlaamse gemeenten instaat voor de opvang van zwerfdieren en die via haar afgevaardigden vertegenwoordigd is in de provincies Vlaams-Brabant, Limburg en Antwerpen. Hij is tevens sedert 1976 beheerder van de Nationale Raad voor Dierenbescherming en is ook verantwoordelijk uitgever van het driemaandelijks tijdschrift PROTEGO ("Ik bescherm").
In Over altruïsme in het kwadraat. Perspectieven van activisme en bewegingen voor dieren in de eenentwintigste eeuw belicht Michel Vandenbosch de kenmerken én de richting voor de toekomst van een moderne dierenbelangenorganisatie, aan de hand van de werking van de vereniging GAIA. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw bedreigen drie grote gevaren de dieren: de dreiging van de wereldhandelsorganisatie waarbij vrijhandel boven alles primeert, de ontwikkelingen in de biotechnologie en de opkomst van de intensieve veehouderij en vleesproducerende industrie in de derde wereld. Tot slot wordt ook aandacht besteed aan de evolutie met betrekking tot de rechtspositie van dieren, met name het Protocol over Dierenwelzijn bij het Verdrag van Amsterdam.
Michel Vandenbosch is voorzitter van de dierenbelangenorganisatie GAIA (Global Action in the Interest of Animals), een organisatie die op een vreedzame manier ijvert voor een rechtvaardige omgang met onmondige dieren. Hij is auteur van het boek Recht voor de Beesten (Hadewijch, 1996).
 
Leden van de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming
kunnen het boek rechtstreeks bij de directie bestellen
tegen de ledenprijs van 29 euro (+ eventueel 4 euro verzendingskosten)