Het is weer winter... Wat met de weidedieren?

januari 1999

Met het vriesweer zijn ze er weer, de verontruste dierenvrienden die ons signaleren dat er her en der nog dieren op een weiland vertoeven. En ze zijn er allemaal rotsvast van overtuigd dat we meteen zullen ingrijpen, maar jammer genoeg ligt het niet zo eenvoudig als het wel lijkt.

Laat ons eerst duidelijk stellen dat de wet erg vaag blijft. De wet op de dierenbescherming is eigenlijk een kaderwet en die moet aangevuld worden met diverse koninklijke besluiten. Zo’n aanvullend KB is er tot op heden nog niet gekomen, zodat eigenlijk niemand echt weet hoe het hoort.

Niet dat we staan te roepen om steeds meer reglementjes! Maar het probleem dient toch eens ernstig besproken te worden! Sommige dierenartsen pleiten ervoor dat weidedieren bij vriesweer op stal worden gezet, anderen geven de voorkeur aan een droog weiland met wat beschutting boven een warme stal, waar de dieren vlug besmet gaan geraken. Een uniforme visie ontbreekt...
 
Paarden en koeien nog buiten...

Dieren kunnen natuurlijk de koude veel beter verdragen dan mensen. Daarover kan geen discussie bestaan! Vocht en tocht zullen ongetwijfeld veel schadelijker zijn dan wat vorst. Maar anderzijds is het zo dat vrieskou en sneeuwval grazende dieren wel degelijk in moeilijkheden kunnen brengen, zodat het past waakzaam te zijn.
 
mag dat ?

Het gezond verstand zegt dat dieren die buiten vertoeven bij vriesweer, alvast in goede conditie moeten zijn, dat ze de mogelijkheid moeten hebben beschutting te zoeken, dat ze genoeg moeten kunnen drinken en dat ze voldoende bijgevoederd moeten worden. Het lijkt ook logisch dat ze bij extreme koude naar binnen worden gehaald. Maar wat de weidedieren in bepaalde omstandigheden van ons precies mogen verwachten, daarover zouden experts zich eens dringend moeten bezinnen, zodat elkeen voortaan weet waaraan zich te houden.

Victor Geens, Aarschot

Zo zegt het de wet 

 

Artikel 4 § 1. Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier een in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domesticatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen.
§ 3
. De verlichting, de temperatuur, de vochtigheidsgraad, de verluchting, de luchtcirculatie en de overige milieuvoorwaarden van het verblijf der dieren moeten overeenstemmen met de fysiologische en ethologische behoeften van de soort.

Artikel 35 Onverminderd de toepassing, in voorkomend geval, van strengere straffen bepaald bij het Strafwetboek, wordt gestraft met gevangenisstraf van één maand tot drie maanden en met een geldboete van 26 frank tot 1000 frank of met één van die straffen alleen, hij die wetens handelingen pleegt die niet door deze wet zijn voorzien en die tot doel hebben dat een dier nutteloos omkomt of nutteloos een verminking, een letsel of pijn ondergaat.

 

 

Aan elke wei een bordje met de naam van de eigenaar

juli 2005

We zijn verheugd te vernemen dat SP.A-kamerlid Magda De Meyer een wetsvoorstel heeft ingediend dat grotendeels inhoudt wat de VVDB reeds twintig jaar geleden aan de gemeenten van het actieterrein heeft voorgesteld. Om sneller tussenbeide te kunnen komen bij dierenverwaarlozing en dierenmishandeling zou er bij elke weide een bordje moeten aangebracht worden met de naam en de contactgegevens van de eigenaar van die weide. Zo kunnen voorbijgangers, buurtbewoners, dierenbescherming of politie sneller ingrijpen, als dat nodig is. Nu is het niet altijd even eenvoudig om na te gaan wie er voor verwaarloosde dieren verantwoordelijk is. Magda De Meyer vindt de huidige wet op het dierenwelzijn ook te algemeen waar het de regelgeving met betrekking tot weidevee betreft. Zij wil een verplicht schuilhok voor dieren die buiten staan. En ook hier heeft ze overschot van gelijk. De onduidelijkheid terzake is zo groot, dat het bijna onmogelijk is efficiënt tussenbeide te komen.

 

Al te sentimenteel als we hier vragen bij stellen?

april 2006

Eén van de honderden taferelen die bezorgde dierenvrienden naar de telefoon deden grijpen: koeien aan de Ouderijstraat aan de Ring in Lier. De beesten staan in het slijk, hebben op verschillende plaatsen geen vacht, hebben geen enkele beschutting en zien er ellendig uit… Op vele andere drassige weilanden stonden paarden in de modder, er was op die weiden geen enkel droog plekje te bespeuren, onze afgevaardigden zakten zelf tot aan de knieën weg en toch was het nagenoeg onmogelijk om efficiënt op te treden.

Niet dat we staan te roepen om steeds meer wetten en wetjes! Maar het probleem dient toch eens ernstig besproken te worden. Sommige dierenartsen pleiten ervoor dat weidedieren bij vriesweer op stal worden gezet, anderen geven de voorkeur aan een droog weiland, al dan niet met wat beschutting, boven een warme stal waar de dieren vlug besmet zouden raken, nog anderen reageren totaal onverschillig als we ze confronteren met de meest extreme gevallen. Een uniforme visie ontbreekt...

Elke winter ontvangen we tientallen telefoontjes en mensen verwachten van ons dat we voor verbetering zorgen. Maar de wetgeving is heel vaag en zoals gezegd, de specialisten zijn het grondig oneens. Ter illustratie geven we de visie van Dirk Draulans, de bekende bioloog die u in De Laatste Show leerde kennen. "Veel mensen zijn vergeten," zo stelt hij, "dat wij niet zo lang geleden vooral buiten leefden, zelfs als het koud was. Maar wij zijn de voorbije decennia zo verwend geraakt. Te koud, te warm, te nat, altijd hebben we er iets op gevonden. Het weerbericht op de televisie wordt zo langzamerhand één lange waarschuwing voor de kijker: binnen blijven, ramen dicht, zonnehoed op, voorzichtig onderweg... Buiten komen is pure waaghalzerij. Nog meer mensen zijn vergeten dat ook andere dieren gemaakt zijn om buiten te leven. Ze projecteren onze fysieke verwezenlijking graag op de dierenwereld. Honden moeten een jasje aan, paarden moeten een deken krijgen, koeien moeten op stal. Dat mensen hun dieren verwennen valt uiteraard toe te juichen. Maar sinds kort zijn er bemoeiallen op pad die hun oogkleppenvisie op de veerkracht van dieren willen opdringen aan iedereen die een natuurlijker aanpak nastreeft. De Belgische Landelijke Inspectie voor Dierenwelzijn (Blid) - de naam alleen al - wil als een soort politie onverlaten terechtwijzen die bijvoorbeeld paarden en koeien buiten laten staan als het vriest. Een slecht geïnspireerd socialistisch parlementslid reageerde onmiddellijk met een voorstel om het koninklijk besluit inzake bescherming van landbouwdieren strenger te maken. Belachelijk! Paarden en koeien zijn gemaakt om buiten te staan als het vriest. Ze stammen af van oersoorten die barre winters met sneeuwstormen overleefden. Een koe die kan kiezen, zal zelfs op de hardste winterdagen niet in een stal gaan staan. Een paard met ijspegels op zijn rug heeft het niet koud, tenzij het niet genoeg te eten heeft gekregen. Paarden hebben wel een bloedhekel om te lang in een stal te staan, zeker als ze daar alleen zijn. Dat zou vermeden moeten worden, want het is onnatuurlijk gedrag voor een kuddedier als een paard. Dierenwelzijn heeft alles te maken met aandacht en respect voor het dier, niet met vooringenomen ideeën over hoe het moet gehouden worden."

Van Valérie Vandenbussche uit De Panne ontvingen we een gelijkluidende reactie: "Onlangs kwam in het nieuws dat een nieuwe dierenbeschermingsorganisatie (bedoeld wordt de Blid) ijverde voor een wet waarbij paarden bij vriesweer verplicht zouden op stal moeten staan. Ik vraag mij wel af in hoeverre de mening en de wens van de dieren hierbij in overweging wordt genomen, aangezien paarden het gezondst zijn als ze buiten kunnen, liever dan opgesloten te zitten in een stal van drie bij vier meter of dikwijls nog kleiner. Sommige pony's kunnen trouwens tegen de koude en hebben een hekel aan opgesloten zijn. Ik ben het er wel mee eens dat de meeste paarden toch tenminste een schuilplaats moeten hebben bij slecht winterweer, maar hierbij dient elk geval wel overwogen naargelang het ras, de leeftijd en de gezondheidstoestand van het dier. Mijn paarden staan heel de zomer buiten zonder stal, zeker ook omdat er een paar allergisch zijn voor stof en hooikoorts krijgen in de stal. In de winter kunnen ze altijd vrij binnen en buiten (nooit opgesloten) en geloof me: het moet al serieus slecht weer zijn als ze binnen blijven! In de zomer zouden ze wel eens schuilen voor de zon, maar dat kunnen wij mensen moeilijker begrijpen, zeker voor wie zelf graag zonnebaadt. Ik heb zelf nog als vrijwilliger inspecties gedaan voor de dierenbescherming en ik vind dat er toch veel mensen met goeie bedoelingen eigenlijk wel overdrijven door gebrek aan kennis over het dier. Ook bij honden is er een groot verschil in behoeften aan warmte bijvoorbeeld tussen een Husky of een poedel! Dit is ook bij paarden zo. Dat ze in de winter over een schuilplaats moeten beschikken, daar ben ik het mee eens, maar verplicht op stal zetten...? Dat is pas dierenmishandeling!"

Naast de algemene bepalingen uit de wet op het dierenwelzijn is er het koninklijk besluit van 1 maart 2000 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren. Dat zegt in de bijlagen sub 6 over de niet in gebouwen gehouden dieren: "Dieren die niet in gebouwen gehouden worden, moeten zo nodig voor zo ver mogelijk beschermd worden tegen slechte weersomstandigheden, roofdieren en gezondheidsrisico's." Geef toe: geen voorbeeld van duidelijke wetgeving en meteen ook oorzaak van de discussie of er op een weide al dan niet een degelijk schuthok moet staan. En dan spreken we niet eens over de inbreng van Ruimtelijke Ordening, waar het dierenwelzijn maar zelden een argument is als een bouwaanvraag wordt behandeld.

Maar minister Demotte verdedigt de vage wettekst: "De eerder algemene bepaling dat dieren gevrijwaard moeten worden van onder andere slechte weersomstandigheden laat toe de condities waarbij de dieren worden gehouden diersoortspecifiek of leeftijdspecifiek te interpreteren. De controles op het dierenwelzijn worden uitgevoerd door dierenartsen. Ik heb er vertrouwen in dat zij vanuit hun opleiding voldoende achtergrond hebben om de aangediende situaties geval per geval correct te beoordelen. Onder slechte weersomstandigheden worden alle klimatologische parameters verstaan, voornamelijk de temperatuur of temperatuurfluctuaties, direct zonlicht, vochtigheid en windinvloeden die, al dan niet in combinatie, het dierenwelzijn kunnen schaden. Ik meen dat men mag stellen dat in België het gehele jaar een beschutting of bescherming wenselijk is voor buitengehouden dieren."

Als Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming voelen we ons niet direct geroepen om in dit dossier met ronkende verklaringen naar buiten te treden. Wat kan en wat niet kan, moeten specialisten bepalen. We geven graag toe dat dierenvrienden de zaak af en toe wat te sentimenteel benaderen, maar het staat vast: er zijn gevallen waar ze terecht de noodklok luiden. Voor die gevallen moet er een oplossing komen. Als we eens heel naïef willen zijn en Ruimtelijke Ordening even vergeten, ligt de oplossing zo voor de hand: laat ons op elke weide een afdoende beschutting verplichten en laat het dier die gebruiken als het er zin in heeft. We vragen ons eigenlijk af, beste lezer, of jij de wetgever wat wijzer kan maken; jouw reactie zal alvast onze grootste aandacht genieten.

 

Reactie

1 juli 2006

De trouwe lezers van Protego zullen inmiddels wel bekend zijn met het feit dat de ondergetekende sinds zijn geboorte al een zeer nauw en intensief contact met paarden heeft. Daarom hoop ik dat ik mezelf wel enigszins deskundig op het gebied van paarden mag noemen. Het voorstel van de Blid, om paarden bij vriesweer verplicht op stal te zetten, bewijst eens te meer wat een onzinnige en belachelijke organisatie de Blid wel is. Vrijwel alle paarden kunnen bij vriesweer zonder meer buiten verblijven. Zelfs de echte Arabier, die zijn roots in Noord-Afrika heeft, kan vorst verdragen. Men denkt hierbij aan de koude vriesnachten in de woestijn. Alleen paarden die door de mens zijn afgeleid van de Arabier kunnen slecht tegen de vorst. Om er enkele te noemen: de Engelse volbloed, de Holsteiner, de Hannoveraan, de Orlof draver en alle echte renpaarden die voor dit doel gekweekt zijn. Deze rassen houdt men bij vriesweer het best op stal. Alle natuurlijke pony's kunnen zonder meer tegen de vorst. Met natuurlijke pony's bedoel ik rassen die zonder tussenkomst van de mens ontstaan zijn, zoals de Shetlander, de Dartmoor, de Exmoor, de IJslander, de Fjord, de Welsh Mountain, de New Forrest… Alleen echte Welsh pony's met oosters bloed houdt men bij vorst beter op stal. Ik bezit zelf twee stevige Shetland pony's. De dieren beschikken over een open stal, waarin ze alleen in de nacht verblijven en om te eten. Als het regent, sneeuwt of wat dan ook, zet ik de dieren niet binnen. Shetland pony's kunnen zonder meer temperaturen tot onder de min 20 graden verdragen. Als paarden en pony's buiten verblijven dient men wel voor een schuthok te zorgen waar de dieren droog kunnen liggen, vooral beschut tegen de regen. Het is een fabeltje dat paarden staande slapen. Het is voor geen enkel paard of voor geen enkele pony gezond op een vochtige of drassige grond te moeten liggen. Alle paarden houden van frisse lucht. Daarom dient men er altijd voor te zorgen dat er een (boven)deur van de stal openstaat, zodat het dier naar buiten kan kijken. Enkel tocht is voor paarden niet gezond. Verder dient men ervoor te zorgen dat paarden die buiten verblijven kunnen schuilen tegen de felle zonneschijn. Het door mij genoemde schuthok kan een oplossing zijn of een groep bomen kunnen beschutting bieden. Want ook paarden kunnen door de brandende zon een hitteslag oplopen. En zoiets kan zeer ernstige gevolgen hebben. Als paarden over voldoende eten en vers drinkwater beschikken, zijn zij alleen buiten pas echt in hun sas. Bij vorst mag dat water niet te koud zijn, niet onder de 8 graden, want te koud drinkwater kan bij paarden koliek veroorzaken.

Verder treed ik de visie van Dirk Draulans volledig bij. Want wij, mensen, vergeten maar al te vlug dat wij eveneens natuurlijke wezens zijn. Wij leggen onszelf veel te veel in de watten. Zoals gezegd bezit ik twee Shetland pony's die ik ook berijd. En er gaat vrijwel geen dag voorbij dat ik niet met deze dieren op stap ga. Als het regent, trek ik regenkleding aan en laat mij rustig kletsnat regenen. Als het niet te koud is, draag ik hoogstens een T-shirt en een korte broek. Bij vorst een kort jasje en handschoenen. In mijn woning is het in de winter nooit warmer dan een graad of vijftien. En door deze manier van leven ben ik nog nooit ziek geworden. Een dier, in dit geval een paard, kan de elementen veel beter verdragen dan een mens. Daarom is het zonder meer onzinnig om houders van paarden te verplichten die dieren bij vorst op stal te zetten. Meer nog, paarden in een gesloten stal houden vraagt om moeilijkheden. Verkoudheden, astma, stress, allerlei allergieën en nog zoveel meer kunnen dan het gevolg zijn. Bij ons, mensen, zijn vrijwel alle zogenaamde welvaartsziekten het gevolg van een te steriele levenswijze. Een paard is een dier dat graag en veel beweegt. Een dier dat alleen maar gelukkig kan zijn in het gezelschap van andere paarden. Eigenlijk kan men alleen maar de door mij genoemde renpaarden op stal houden. Maar een renpaard is geen echt paard meer: het is een door de mens uit puur winstbejag gecreëerd wezen, een dier dat een loopbaan van hoogstens een jaar of drie beschoren is. Daarna wacht zo'n arme sukkelaar veelal alleen nog maar de gang naar de slager. Als men echte paarden (te lang) opsluit in een stal, is dat echte dierenmishandeling. De dieren kunnen daardoor zodanig getraumatiseerd raken, dat ze pas echt ziek worden; het vertonen van allerlei stalondeugden is nog maar het minste van dat alles. Het voorstel van de Blid? Weg ermee!

Mathijs Boer, Arendonk

 

Nog enkele beschouwingen

In België bestaat er dus geen specifieke wetgeving die schuilhokken verplicht voor paarden, koeien en andere dieren die buiten op weiden leven. Men kan zich hiervoor enkel baseren op de algemene wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren:
"Art. 4 §1. Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier een in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domesticatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen.

§3. De verlichting, de temperatuur, de vochtigheidsgraad, de verluchting, de luchtcirculatie en de overige milieuvoorwaarden van het verblijf der dieren moeten overeenstemmen met de fysiologische en ethologische behoeften van de soort."

Deze wet zegt dus niet specifiek iets over beschutting op de wei, maar zegt enkel dat dieren goed gehuisvest en verzorgd moeten worden. In geval van erg slecht weer (vooral regen en wind, koude deert paarden niet zo erg) kan het inderdaad aangewezen zijn dat er beschutting aanwezig is, maar dat moet eigenlijk geval per geval bekeken worden. Dat koude niet echt een probleem is, blijkt ook uit de gegevens die beschikbaar zijn op de volgende website: http://www.paardnatuurlijk.be/index_js.htm?http://www.paardnatuurlijk.be/weetjes/dekens.htm.

Verder is het ook belangrijk dat er droge plaatsen zijn (dus geen volledig ondergelopen weiden) en dat de dieren natuurlijk van genoeg drinkwater en voedsel voorzien worden. Als er niet genoeg gras op de weide staat, moet er bijgevoederd worden.

Wat zijn de ideale omstandigheden om dieren op een weide te houden?

- Aangepaste voeding

- Goed drainerende bodem

- Omheiningen die ontsnappingen en kwetsuren verhinderen

- Permanent proper water

- Geen gevaarlijke voorwerpen noch giftige planten

- Respect voor de ethologische behoeften

- Dagelijks toezicht op de dieren

- Verschaffen van vereiste zorgen (ontwormen, verzorgen van wonden, enz.)

- Natuurlijke of kunstmatige beschutting

Als Als dierenbeschermingsorganisatie pleiten we voor de volgende maatregelen:

- Een periode bepalen in de winter tijdens dewelke de dieren niet permanent buiten mogen staan als er geen beschutting voorzien is.

- Een periode bepalen in de zomer tijdens dewelke de dieren niet op de weiden mogen staan waar geen schaduw is.

- Een maximum aantal individuen bepalen per hectare in functie van de soort.

- Voorwaarden opleggen in verband met de uitrusting, zoals het soort van omheining, soort drinkbak, enz.

Samengevat:

- In de zomer kan het zeer aangenaam zijn om zich te koesteren in de zon, maar er een hele dag aan blootgesteld worden is een echte kwelling. Om zich te beschermen tegen de zon hebben de dieren beschutting nodiig. Bomen en hoge hagen kunnen hiervoor zorgen, maar dan moeten er genoeg zijn voor het aantal dieren dat zich op de weide bevindt. De dieren moeten altijd voldoende vers en proper water hebbben; als het heet is, kan een paard of een rund tot wel 60 liter water per dag drinken.

- In de winter kunnen weidedieren zich goed aanpassen aan de koude, op voorwaarde dat ze niet verzwakt zijn (door ziekte of ouderdom) en dat hun vacht niet geschoren is. Zer jonge, oude of zieke dieren moeten in een box of stal ondergebracht worden. Als de lage temperaturen echter gepaard gaan met neerslag en wind kunnen alle dieren hieronder lijden en zoeken ze graag beschutting. Het is dus ten zeerste aangeraden om dieren die in de winter permanent buiten verblijven een schuilhok te verschaffen dat voldoende groot is, zodat alle dieren tegelijk kunnen schuilen. Uiteraard moet ook hier gezorgd worden voor voldoende water en voedsel.

- De winter is doorgaans koud en vochtig. Het gras groeit niet meer. Als onze dieren in de winter op de weide blijven, verandert deze snel in een modderbrij. De oplossing: zorgen voor een schuilhok waar het droog is, met stro in overvloed.