Gefeliciteerd met je nieuwe huisgenoot!

 

U kent wel allemaal de handleidingen die u krijgt bij de aankoop van een nieuwe wagen, een stereo-installatie of DVD-recorder, een diepvries,.... Meestal beginnen ze in de aard van "Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe .... Vooraleer het toestel te gebruiken, gelieve eerst deze handleiding te lezen, om ernstige schade aan uw nieuwe ... te voorkomen". Vreemd dat we dan bij onze nieuwe hond of kat vaak geen "handleiding" krijgen. Nochtans kan hier een beetje voorlichting vaak geen kwaad. Omdat een volledige "gebruiksaanwijzing" voor uw nieuwe huisgenoot schrijven een onmogelijke opdracht is, wil ik me beperken tot een aantal "beginners-wetenswaardigheden". Voor meer info kunt u terecht bij uw dierenarts, in een dierenspeciaalzaak, hondenkapsalon, boekhandel of bibliotheek.


De aankomst

Het eerste dat uw nieuwe "aanwinst" overkomt is het verlaten van zijn vertrouwde omgeving en de kennismaking met zijn nieuwe wereld. Nieuwe mensen om hem heen, misschien een ander huisdier dat er al rondloopt en zich in zijn territorium bedreigd kan voelen, kinderen die voortdurend met het nieuwe diertje aan het rondslepen zijn, die hem of haar constant wakker maken uit zijn slaap, nieuwe voeding, nieuwe geluiden. Kortom, alles is nieuw en dit kan voor de nodige stress zorgen. Vaak heeft dit diarree en braken tot gevolg. Bovendien vermindert de weerstand door deze stress en wordt de hond of kat meer vatbaar voor allerlei infecties. Laat daarom het dier rustig wennen aan zijn nieuwe omgeving. Laat hem zelf op onderzoek uitgaan, kennismaken met alles en iedereen, weliswaar steeds onder uw waakzaam oog. Ook oudere dieren kunnen aanpassingsproblemen hebben. Geef ook hen rustig de tijd om aan hun nieuwe levenssituatie gewoon te worden.
Nochtans is hier een opmerking wel op zijn plaats. Stel vanaf het eerste ogenblik duidelijk wat kan en wat niet. Het is volledig verkeerd om het dier eerst een aantal dagen of weken "zijn gang te laten gaan", omdat "het toch zo een klein lief diertje is" of "omdat het in het asiel of bij zijn vorige eigenaar toch zo afgezien heeft". Uw nieuwe huisgenoot zal uw verdraagzaamheid vaak "belonen" met een stilaan groeiende dominantie die nog moeilijk om te vormen is.


De voeding
 
Dit is misschien wel het moeilijkste onderdeel van de opvoeding van de hond of kat. Vaak wordt immers de vraag gesteld: "Wat mag mijn hond of kat eten?" En eerlijk gezegd, een duidelijk antwoord kan op die vraag onmogelijk gegeven worden. Er zijn mensen die zweren bij commerciële kant en klaar voeding terwijl anderen dat te eentonig vinden en liever ook tafelresten bijvoeren. Beide systemen hebben hun voor- en nadelen. Hierop ingaan zou echt te ver voeren. Welke voeding u echter ook van plan bent te geven, zorg ervoor dat de overgang naar het nieuwe voedsel geleidelijk aan gaat. Daarom beter de eerste dagen wat vaker een kleine portie, om na een dag of vijf over te gaan naar het definitieve voedingsschema.

Ziekten van het nieuwe dier

1. Diarree en braken

De oorzaken van diarree zijn vrij uitgebreid. De volgende gevallen komen het vaakst voor :

- Verandering van omgeving
Het dier komt in een totaal nieuwe omgeving terecht. Er zijn nieuwe mensen, eventueel andere dieren, nieuwe voorwerpen die het niet kent... Dit geeft aanleiding tot stress en dat kan op zijn beurt een diarree veroorzaken.

- Verandering van voeding
Opeens krijgt onze nieuwe aanwinst een heel ander menu dan hij gewend was. Zijn maag en darmen zijn hier niet op voorbereid, zodat er diarree optreedt. Dit is vergelijkbaar met iemand die bvb. naar Spanje reist en daar 14 dagen lang de plaatselijke keuken leert kennen! Ook hier treedt er vaak diarree op. Ga daarom steeds geleidelijk te werk met het om-schakelen naar een nieuwe soort voeding.

- Een darminfectie
Dit kan variëren van een onschuldige bacterie tot de beruchte kattenziekte, zowel bij hond als kat.

Daarnaast zijn er nog vele andere mogelijke oorzaken. Ga zeker niet zelf experimenteren met allerlei huis-, tuin- en keukenmiddeltjes. Wacht ook niet te lang vooraleer u er iets aan laat doen, zeker niet bij een jong dier. Later, als u uw hond of kat beter kent en weet dat hij of zij een beetje "gevoelig in de darmen" is, kan u eventueel een dag of twee aanzien vooraleer u ingrijpt.

2. Kattenziekte of Parvo bij de hond

Deze beruchte ziekte heeft reeds vele slachtoffers gekist. Nochtans ziet het er in het beginstadium vrij onschuldig uit. De hond braakt een beetje. Dit braken stopt echter meestal niet spontaan en evolueert binnen de kortste keren naar een bloederige diarree. En dit "binnen de kortste keren" is vaak niet meer dan een dag. 's Anderendaags ligt uw dier neer, beweegt bijna niet meer, blijft bloed braken en diarree vertonen. Op deze manier verliest uw dier heel zijn energie en veel vocht, zodat, indien men niet snel ingrijpt, de situatie onherroepelijk verloren is. De beste preventie tegen kattenziekte is nog altijd een vaccinatie. Deze enting dient jaarlijks herhaald te worden. Een dier met kattenziekte behandelen is vaak niet eenvoudig. De behandelingsresultaten zijn weliswaar beter dan enkele jaren geleden, maar het is en blijft meestal een gok of het dier het haalt. Bovendien is de behandeling niet echt goedkoop. Het dier moet in de meeste gevallen gehospitaliseerd worden, enkele dagen aan het serum liggen, op temperatuur gehouden worden onder een infraroodlamp, enz.
Daarom: voorkomen is in dit geval beter dan genezen.

3. Kattenziekte of Panleukopenie bij de kat

Ook hier is er sprake van een vaak bloederige, stinkende diarree. De verwachtingen zijn weliswaar beter dan bij de hond, maar toch. Als u uw kat eenmaal per jaar laat vaccineren bespaart u zich hier eveneens een hoop miserie.

4. Hondenziekte

Deze ziekte is zo mogelijk nog moeilijker te behandelen dan kattenziekte. De ziektetekens zijn erg gevarieerd, gaande van hoesten over diarree tot uiteindelijk zenuwstoornissen, die verschillende vormen kunnen aannemen. Bovendien zijn er vaak blijvende letsels of komen er bepaalde problemen terug op oudere leeftijd. Behandeling is ook erg langdurig. Bij een hond met kattenziekte weet je meestal wel na enkele dagen of hij het haalt of niet. Bij hondenziekte kan dit verschillende weken zijn! Gelukkig komt deze ziekte momenteel minder frequent voor dan de kattenziekte. Dit is voor een groot stuk te wijten aan de jarenlange intensieve vaccinaties. Dit wil echter niet zeggen dat de ziekte volledig uitgeroeid is en als we nu nalaten te vaccineren is het best mogelijk dat de hondenziekte over enkele jaren opnieuw de kop opsteekt.

5. Kennelhoest

Het is de "verkoudheid" van de hond. Deze ziekte is misschien wel de minst gevaarlijke van allemaal. Tenminste, dat wil zeggen als er de nodige zorgen aan besteed worden. Doet u er niets aan, dan kan deze ziekte aanleiding geven tot een serieuze longontsteking, en die op haar beurt is wel gevaarlijk! Hetzelfde zien we bij mensen die, indien ze een ontsteking van de bovenste luchtwegen hebben, niet de nodige voorzorgen nemen en zodoende een bronchitis en/of een longontsteking oplopen. Ook tegen deze ziekte kan gevaccineerd worden.

6. Niesziekte

Zoals we de kennelhoest hebben bij de hond, zo hebben we de niesziekte bij de kat. Ook dit is een ontsteking van de bovenste luchtwegen en de ogen, die aanleiding kan geven tot een longontsteking. Indien niet behandeld kan er echter ook nog een ander vaak gezien probleem optreden. Door het feit dat er zich een erge ontsteking afspeelt in de neusholte en vaak ook in de sinussen kunnen deze onherstelbaar beschadigd worden. Deze katten zullen hun hele leven lang last blijven hebben van een terugkerende neusontsteking, met ettervorming en niezen. Eens deze toestand bereikt is definitief herstel praktisch onmogelijk. Vaccinatie tegen deze ziekte gebeurt meestal in combinatie met een vaccinatie tegen de kattenziekte (zie hoger).

7. Rattenziekte

Deze ziekte komt niet echt vaak voor. Ze wordt veroorzaakt door kleine organismen die leven in de urine van ratten. Deze dringen binnen in het lichaam van de hond en zorgen daar voor problemen in de nieren en geven aanleiding tot bloedingen (bloed plassen, bloedend tandvlees, ...). U ziet dus dat een vaccinatie tegen deze ziekte meer belang heeft bij bvb. een jachthond die veel in de buurt van water komt, of bij honden die leven in de buurt van vijvers en beken. Ook bij honden die wonen in de buurt van plaatsen waar bvb. paardenvoeders opgeslagen worden of kippenkorrels, omdat dergelijke diervoeders ratten aantrekken. Toch zou ik aanraden elk dier tegen deze ziekte te laten enten.

Naast deze zijn er natuurlijk nog tal van andere besmettelijke ziekten. Denken we bijvoorbeeld maar aan hondsdolheid, kattenleukose, besmettelijke buikvliesontsteking bij de katten, het feliene immunodeficiëntievirus (ofwel "katte-aids"). Omdat het onmogelijk is om al deze ziekten in de loop van dit ene artikeltje te behandelen neemt u best eens contact op met uw dierenarts. Hij of zij kan u veel meer informatie geven in verband met de vaccinaties en ziektes van uw dier.

8. Vlooien

Ze zijn de schrik van vele diereneigenaars, en misschien terecht. Eens uw huis zwaar besmet is met vlooieneieren, kan dit een ware plaag worden. Gelukkig zijn er tegenwoordig verschillende goede behandelingsmethodes beschikbaar. Deze kunnen in drie groepen ingedeeld worden. De eerste groep zijn de producten die gebruikt worden op het moment dat men vlooien ziet. Dit zijn de verschillende soorten vlooienpoeders en vlooienshampoos. De tweede groep omvat de middelen die "preventief" gebruikt worden, ter voorkoming van een massale vlooienontwikkeling. Eigenlijk doen deze middelen hetzelfde als deze van de eerste groep, maar nu moet de eigenaar niet meer op zoek gaan naar eventuele vlooien. De derde en laatste groep zijn de producten die gebruikt worden om de omgeving aan te pakken (nestplaats, hondenmand, tapijten, zetels,...) Let bij al deze producten goed op het gebruik. Vaak spelen leeftijd, diersoort en gewicht een belangrijke rol. Lees daarom altijd aandachtig de bijsluiter of laat u adviseren door uw dierenarts.

9. Oorontsteking

Meestal is dit een ontsteking van het oorkanaal al dan niet samen met de oorschelp. Ze komt vaak voor bij de kat en bij honden met hangende oren, hoewel de rassen met staande oren niet gespaard blijven van dit probleem. Behandeling bestaat uit het correct gebruik van een geschikt product (onder de vorm van een zalf of druppels) gedurende voldoende lange tijd. Vaak echter wordt dit probleem chronisch en is een levenslange behandeling noodzakelijk, vooral bij honden.

Vachtverzorging

Dit is in feite belangrijker bij de hond dan bij de kat. Deze laatste zal meestal wel zelf zorgen voor de netheid en verzorging van de vacht. Enkel na een periode van ziekte, als uw kat toevallig bijvoorbeeld een pot verf of olie over zich heen krijgt en bij langharige katten kan het nodig zijn om zelf te zorgen voor de nodige reiniging en verzorging. Aangezien honden niet echt zelf voor hun vachtbewerking kunnen zorgen moet de mens hier vaak ingrijpen. Wassen is een eerste probleem. Hoe vaak mag men zijn hond wassen? Hier is geen sluitend antwoord op te geven. Belangrijk is in ieder geval dat er een speciale shampoo voor honden gebruikt wordt en geen mensenshampoo of babyshampoo. Ook goed afspoelen na het wassen! Voor het overige kunt u best eens langsgaan bij een hondenkap(st)(p)er. Hij of zij weet alles over trimmen, scheren, plukken, enz. Want een eenmaal verkeerd behandelde vacht (bvb. een bouvier die geschoren wordt in plaats van getrimd) kan vaak niet goed meer hersteld worden en kan zo aanleiding geven tot huidproblemen.


Er zijn mannetjes en wijfjes...

en u weet waarschijnlijk wel dat dit kan leiden tot kleine hondjes en katjes! Kort samengevat kunt u de volgende maatregelen nemen om dit te voorkomen. Voor de mannetjes (reu en kater) kunt u een castratie laten uitvoeren door uw dierenarts. Deze ingreep houdt weinig of geen risico's in. Voor de wijfjes (teef en kattin) hebt u verschillende mogelijkheden. In de eerste plaats kunt u teven tijdens de bronstperiode (dit is de periode waarin ze bloed verliezen) gescheiden houden van hun mannelijke soortgenoten. Bij kattinnen is dit moeilijker, aangezien zij een veel langere bronstperiode kennen. Een tweede mogelijkheid is het gebruik van "de pil". Alle soorten hier gaan bespreken is onmogelijk. Voordeel is de geringe kostprijs. Nadelen zijn het feit dat men moet opletten dat het dier de pil niet uitbraakt, men moet zich aan een strikt tijdschema houden en het gebruik van hormonen kan aanleiding geven tot bepaalde problemen (baarmoederontsteking, melkklierkanker, suikerziekte). Bovendien is dit systeem bij honden niet echt goed bruikbaar. Een derde mogelijkheid is het gebruik van de prikpil. Dit spuitje wordt om de 5 à 6 maanden door de dierenarts gezet. Voordeel is dat men geen rekening moet houden met braken en dat de dierenarts meestal wel verwittigt als het tijd is voor een nieuwe prikpil, zodat ook onthouden verleden tijd is. Nadelen zijn echter dezelfde als deze van de pil. Bovendien moet men er zeker van zijn dat het dier niet drachtig is op het moment van inspuiten, omdat dit in de meeste gevallen leidt tot een keizersnede, aangezien de jongen niet normaal geboren kunnen worden. Tenslotte blijft er nog de sterilisatie over. Nadeel hiervan is de hogere kostprijs en het feit dat deze ingreep onomkeerbaar is.
De risico's van de ingreep zijn gering. De voordelen zijn echter zeer groot. Nooit meer nakomelingen, niets onthouden, weinig of geen kans op melkklierkanker, schijndrachten en baarmoederontsteking zijn uitgesloten, kans op suikerziekte is praktisch nul. Bovendien is het vaak zo dat de eerder genoemde methoden van geboortepreventie uiteindelijk toch leiden tot een sterilisatie door een van de nadelige gevolgen.


De asieldierenarts