Historiek van de VVDB

A

B

C

D

E

F

G

H

I

 

oktober 1999

 

Over een goede twee maanden is het zo ver, dan breekt er een nieuw millennium aan. Ooit was het heel verre toekomstmuziek - we waren nog jong in die tijd - maar "2000" heeft ons altijd geboeid. Het was het magische jaar waarin de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming 25 zou worden...

Men moet van ons geen groots spektakel verwachten dat de media lokt, maar we doen toch ons best om een kwart eeuw inzet voor dieren wat bijzondere aandacht te schenken. Zo willen we in de vier Protego's die u volgend jaar zal ontvangen alvast een paar items belichten die ons na al die jaren nog bij zijn gebleven. Met de spots op mensen, feiten of teksten die aandacht verdienen en met wat al te spaarzaam genomen foto's erbij. Om u een voorsmaak te geven, stellen we u op deze pagina twee figuren voor die bij de geboorte van de VVDB een grote rol hebben gespeeld....

Wijlen graaf Anthony van Zwaren de Zwarenstein, links op de foto, is de man die het onmogelijke mogelijk maakte en die erin slaagde alle Belgische organisaties voor Dierenbescherming rond dezelfde tafel te plaatsen. Medio 1975, toen hij dat gigantische werk had voltooid, moest ik tot mijn ontzetting ervaren dat de vereniging, waartoe ik als regionaal verantwoordelijke al jaren behoorde, door de Nationale Raad voor Dierenbescherming, die net het levenslicht zag, niet werd erkend.

Ik wenste absoluut met de groep die ik in deze regio moeizaam gevormd had tot de Nationale Raad te behoren. Het was graaf van Zwarens persoonlijke wens dat ik in deze streek een nieuwe organisatie zou stichten. Het avontuur schrok me af, maar ik was gebotst op een man die niet rustte voor hij zijn doel had bereikt. Als ik hem nooit had ontmoet, had de VVDB nooit bestaan! Misschien komt het doordat heimwee het geheugen wat opfrist, maar er lijkt ongewoon veel gebeurd in die korte periode dat ik graaf van Zwaren mocht leren waarderen: de grote manifestaties van de NRDB, de dierenmarkt in Mol, de rattenschieting in Zaffelaere, de memorabele persconferentie met Roger Arnhem in Leuven, de vergaderingen op het Brussels stadhuis, hij heeft op elk prentje voor altijd zijn stempel gedrukt...



Marc Boussy, die op 18 augustus 1977 aan graaf van Zwaren bij diens vertrek naar Amerika een herinneringsplaket schonk van de NRDB, zie je rechts op de foto. Hij werd in 1975 de eerste voorzitter van de Nationale Raad voor Dierenbescherming en een kwart eeuw later vervult hij die functie nog steeds. Je moet het maar doen! Een unieke foto van een man die ondertussen al jaren geleden is overleden en van iemand die nog altijd paraat staat, al is hij - zoals wij allemaal - ondertussen wel even wat ouder geworden. Ik werd voor het laatst weer aan die pionierstijd herinnerd, toen Regina Louf, de beruchte getuige X1, haar waanzinnig verhaal over Naatje verspreidde, het dochtertje van graaf van Zwaren, dat heel even spoorloos verdween, maar dat na korte tijd ongedeerd terug is gekeerd. Een kind, dat samen met mama ons werk van nabij heeft gevolgd, maar dat - net als haar vader - al te vroeg van ons heen is gegaan als slachtoffer van het moordend verkeer. Door hem "buiten reeks" in dit nummer te brengen, wou ik de foto met graaf van Zwaren en mijn goede vriend Marc Boussy uit Oostende een verdiende ereplaats geven.

Ons allereerste logo

 

De komst van de jonge wolven

(Roger Arnhem in Panorama - Ons Land nr 52 op 24 december 1976)

 

januari 2000

Het was in 1975 dat graaf Anthony van Zwaren de Zwarenstein me verzocht een autonome organisatie voor dierenbescherming in het leven te roepen... Gelukkig wist ik me toen al een tijdje omringd door een groot aantal dierenvrienden die ik als afgevaardigde van de Blauwe Wereldketen had leren kennen en die samen met mij het avontuur wilden wagen. Is het omdat er toen echt pionierswerk verricht werd, omdat er een tocht was begonnen op paden die niemand van ons ooit had betreden, omdat elk initiatief dat we namen nooit louter routine, maar altijd een uitdaging was, is het gewoon omdat heimwee de geest soms benevelt, hoe dan ook, ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ik met die beperkte groep in een mum van tijd oneindig veel meer heb beleefd en bereikt dan met de vele honderden die later in hun spoor zijn gevolgd en van wie ik me vaak enkel de naam nog heel vaag herinner.

De collega’sVictor Geens (foto links) en Frans Van Calster (zittend rechts foto rechts) twee medestichters-beheerders

Wie een vereniging opstart, vormt doorgaans eerst een raad van beheer en begint pas dan met de moeizame uitbouw, maar mij was dus de zeldzame luxe gegund op 15 juli 1975 een sterk gemotiveerde en flink gestructureerde groep voor te stellen aan een raad die ik even tevoren had samengesteld. Tot de stichters-beheerders behoorden Mia De Vos uit Wichelen, de secretaresse van wijlen A.J. Van Buylaere, met wie ik al jarenlang correspondeerde over de problematiek rond dierenbescherming, Alfons Van Diest, een Aarschots dierenarts en Paul Van Casteren die binnen de raad de woordvoerder van de inspectiedienst werd. Lang zijn ze niet bij ons werk betrokken gebleven, maar ieder van hen is ons ergens van waarde geweest. Twee collega’s heb ik binnen mijn eigen vriendenkring gezocht en gevonden: Victor Geens en Frans Van Calster. Het is een uitstekende keuze gebleken, want na een kwart eeuw zijn ze nog beiden present. Het "heilige vuur" van weleer mag dan niet zo hevig meer laaien - de jaren eisen langzaam maar zeker hun tol - maar vijfentwintig jaar lang dag na dag in de weer zijn en telkens nieuwe problemen trotseren, het is - in alle bescheidenheid - niet evident...

Vreemde vogels die je best liet betijen...

Omdat bijna al onze medewerkers in het Hageland woonden en omdat we even tevoren nog de Hagelandse afdeling van de Blauwe Wereldketen waren geweest, hebben we onze nieuwe organisatie als Hagelandse Dierenbescherming boven de doopvont gehouden. We zochten meteen contact met de gemeenten die zich binnen de vierhoek Leuven - Aarschot - Diest - Tienen bevonden, zeg maar binnen ons toenmalig actieterrein, en formuleerden de stoutmoedige eis dat er lokale schuthokken zouden verrijzen om er dolende dieren in onder te brengen. Deze verplichting was immers toen al in oude, vergeten Besluiten gevat. Het alternatief was een subsidie die toeliet zelf een centraal gelegen asiel uit te bouwen dat de verplichte lokale hokken verving. Het stoorde ons immers enorm dat alle gemeenten belastingen inden op het houden van honden, maar anderzijds het vertikten ook maar één frank van die inkomsten aan de dieren zelf te besteden. We begonnen toen reeds de strijd die - zoals blijkt uit dit nummer - nog niet echt is gestreden...

Het zal niemand verrassen dat vele gemeenten ons in die tijd alleen maar als bemoeizieke dwazen beschouwden en we blijven dankbaar onthouden dat ons door Leuven met toenmalig volksvertegenwoordiger - eerste schepen Louis Tobback, Rotselaar met burgemeester Nackaerts en Tienen, waar volksvertegenwoordiger Rik Boel de burgemeesterssjerp droeg, de allereerste morele steun werd verleend. Drie gemeenten die belangstelling toonden, drie van de meer dan honderd Besturen, want de "fusie" was toen alleen nog maar toekomstmuziek.

"Onze gemeente was een der eersten welke een pistool aankocht voor het pijnloos doden.
Met zeer veel tact en succes werd dit werk dan uitgevoerd door onze Veldwachter (scherpschutter).
Een paar dingen ontbreken nog in uw voorstellen, o.a. de oprichting van een kerkhof voor dierenkrengen zoals in Amerika, met gevolg van opstellen van dure grafzerken.

Verder wijs ik er op dat de finantièle lasten van de gemeente reeds ruim bezwaard zijn zonder de oprichting of in leven roepen van nieuwe veeleisende diensten."

 

Ons voorstel klonk de meeste gemeenten in die tijd blijkbaar zo extreem – ridicuul in de oren, dierenbescherming werd toen nog zo algemeen als een ietwat bizarre hobby beschouwd van een troep vreemde vogels die je best liet betijen, maar met wie je verder bij voorkeur geen rekening hield, dat burgemeesters – als ze zich al de moeite getroostten onze brieven te lezen – het zich permitteerden onze suggesties met kwetsend sarcasme van tafel te vegen. Zo citeren we in het lijstje hieronder, met behoud van de originele spelling en zinsbouw, uit een vernietigend schrijven, ons door burgemeester Vandelook uit Schaffen gericht; geef toe, je zou van minder moedeloos worden...

Het heeft moeite gekost, voor de kettinghond uit het straatbeeld verdween


Daarbij kwam dat we in onze jeugdige overmoed de diverse parketten van meet af aan met stapels klachten bestookten, hoewel de overheid het nog helemaal niet had geleerd het belang van de dieren ook ernstig te nemen. We beleefden toen nog de tijd dat iedereen rustig in zijn eigen tuintje een vuurtje mocht stoken, dat je alom ongestoord je sigaretje kon roken, dat je alles nog volkomen legaal in één en dezelfde vuilniszak propte en dat je vreemd werd bekeken als je vragen ging stellen bij het weinig benijdenswaardige lot van de kettinghond die op het erf plots onverwacht uit zijn ton kwam gevlogen... Zo hebben we hemel en aarde bewogen om in een paar van die vele gemeenten een lokaal reglement in te voeren dat de gewraakte ketting verbood. En als het ons ergens gelukte, dan was er steeds de Brabantse gouverneur de Néeff die stelselmatig zijn veto hanteerde en dus de ultieme hinderpaal bleef.

Explosieve groei

Na amper één jaar was ons palmares indrukwekkend geworden. Het actieterrein bestond uit de regio’s Leuven, Tienen, Aarschot, Zuiderkempen en Diest, terwijl we toen ook al enkele Limburgse gemeenten bereikten, zodat het niet sterk verschilde van het gebied dat momenteel op ons dienstbetoon steunt. Om vooral de stad Leuven wat te plezieren hadden we "Hagelandse Dierenbescherming" inmiddels herdoopt tot "Maatschappij voor Dierenbescherming in het arrondissement Leuven en de aangrenzende kantons" of "MDAL", een minder gelukkige keuze die we wat later hebben verbeterd door te opteren voor "Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming", de naam die dus - gelukkig - nog altijd bestaat. Als piepjonge organisatie hadden we reeds een eerste nummer van ons tijdschrift verspreid: tien recto-verso kopieën, door ons zelf gebundeld en samengeniet, met een massa reclame erin om de kosten te drukken, een blad dat als "Hagelandse Dierenvriend" het levenslicht zag, maar die naam weer verloor toen de MDAL werd geboren. We hadden nog nooit van Publishing-software gehoord, het werd op een gammel machientje getypt, de titels werden met Decadry-kleefletters samengesteld – een monnikenwerk! -, lay-out was ons totaal onbekend, er kwam zelfs niet eens een foto in voor, het lijkt nu alleen maar ordinair knoeiwerk, het doet de computerjeugd van vandaag heel zeker wenkbrauwen fronsen, maar we zijn er ooit ontzettend trots op geweest.

Elke stap, al was het vaak niet meer dan een pasje, hij bracht ons vooruit en dat volstond om fier en gelukkig te zijn. In Wilsele hadden we zelfs een heel bescheiden voorlopig asieltje gevonden, een onteigende hoeve, en daar toerde ons eerste wagentje rond; ook in Tienen waren in de Kazerne inmiddels de eerste hokken gebouwd. Kortom, de explosieve groei van ons werk - op zo korte tijd - had ons wat overmoedig gemaakt.

Kaft - eigenlijk alleen maar frontpagina - van de nummers 1 en 2 van ons blad

De Leuvense "Bankstraat"

We hadden al eerder met de gedachte gespeeld via een groot offensief de zo goed als dove Besturen tot luisterbereidheid te dwingen. Maar niet alleen die apathie voor ons werk had wrevel gewekt. Zo bestond er in onze streek al veel langer een dierenasiel, het schuthok "Marie Terby" van "Protection Animaux de Louvain", kortweg "PAL" aan de Bankstraat in Leuven, een asiel dat onder de vleugels van Veeweyde ooit was geopend en dat met de jaren steeds meer autonomie had verworven. Daarover deden er al jaren de wildste verhalen de ronde, verhalen die we niet echt controleerden maar die ons ervan overtuigden dat het uur was gekomen om het - met of desnoods zonder hen - anders en beter te doen. Ook Graaf van Zwaren wou niet accepteren dat hij geen vat kreeg op een asiel, dat niet door zijn gloednieuwe Raad was erkend en hij wist dat zelfs zijn zachtste wenk voor ons zou volstaan om meteen tot de actie over te gaan…

Geseponeerde dossiers

We waren daarenboven ontzettend geprikkeld, want het Leuvens parket had net een zoveelste dossier zonder gevolg geklasseerd. Een getuige had toevallig een man opgemerkt die ’s nachts met twee honden op stap was. Even later sneed een kreet hem door merg en been en dan kwam diezelfde man weer voorbij, maar een van de honden leek spoorloos verdwenen. Getuige kon amper zijn ogen geloven: hij had in de late passant zijn buurman herkend. Onze inspecteur Willy Deltour werd ter plaatse geroepen en het proces-verbaal van de rijkswacht liet geen twijfel bestaan: de verdachte gaf toe dat hij gepoogd had de hond af te maken en dat hij het dier met een baksteen bewerkt had om het daarna gewoon in de Dijle te gooien, waar het verdronk. Geef toe, niet echt een dossier dat begrip en clementie verdient!